

Hak de schillen en de kontjes met een mes fijn. Als de schillen lang blijven, blenden ze minder goed en krijg je lange draden in de soep.
Hak het witte gedeelte van de bosknoflook grof en het groene gedeelte in dunne ringen. Kneus het venkelzaad.
Verhit 2 el neutrale olie in een soeppan, voeg het venkelzaad, het witte gedeelte van de bosknoflook en de aspergeschillen toe. Bak in 10 minuten al omscheppend licht aan. Voeg de witte wijn, bouillonblokjes en water toe. Laat de soep 45 minuten op laag vuur koken.
Laat ondertussen de boter smelten in een steelpannetje en verhit tot de boter langzaam diep bruin kleurt. Giet in een kommetje.
Rooster de amandelen in een droge koekenpan.
Pureer de soep helemaal glad. Breng op smaak met zout en peper.
Serveer de soep met de gebruinde boter, amandelschaafsel, ringen bosknoflook en dille.